Hoe het begon, Patsy’s verhaal verteld door Marius Romme
(uit stemmen horen accepteren, Romme & Escher, 1999)
Enige jaren geleden (1987) kwam Patsy bij mij (Romme) in behandeling. Ze was toen 25 jaar en hoorde vanaf haar veertiende jaar stemmen. De stemmen gaven haar opdrachten en verboden haar dingen te doen die ze leuk vond. Ze domineerden haar volledig. Patsy was meerdere malen opgenomen geweest in de psychiatrie en kreeg de diagnose schizofrenie. Neuroleptica hadden geen invloed op de stemmen, maar verminderden wel haar angst. Helaas verminderden de medicijnen ook haar mentale alertheid. Daarom weigerde ze over langere periode deze medicijnen in te nemen. Ze liet zich slechts kortdurend opnemen, In die periode behandelende ik haar drie maal. In de loop der tijd isoleerden de stemmen haar meer en meer door hun ge- en verboden. Ze was niet in staat de dingen te doen waarvan ze hield.

Patsy begon steeds vaker over suïcide te praten en ik kreeg sterk de indruk dat ween doodlopende we waren ingeslagen. Het enige lichtpuntje in onze gespreken waren haar eigen ideeën die ze ontwikkelde had aan de hand van een theorie over de onstaansgeschiedenis van het stemmen horen van de Amerikaanse psycholoog Julian Jaynes. Hij beschrijft zijn theorie in het boek ‘The origin of consiousness in the breakdown of the bicameral mind (1976). Patsy vond het heel geruststellend te lezen dat stemmen tot ongeveer 1300 v.Chr. een normale manier van beslissingen nemen gevonden werd. Volgens Jaynes verdween die mogelijkheid en werd ’stemmen horen ’vervangen door wat we nu ‘bewustzijn’ noemen.

Door onze gesprekken overtuigde Patsy me van het bestaan van haar stemmen en ik begon me af te vragen f ze in staat zou zijn met anderen, met dezelfde ervaringen, over de stemmen te praten en of die anderen haar theorie dan ook acceptabel en nuttig zouden vinden. Ik ging ervan uit dat de communicatie een positief effect zou hebben op haar isolatie, haar suïcidaliteit en haar afhankelijkheidsgevoelens ten opzichte van de stemmen. Patsy en ik bedachten een plan om het uitwisselen van haar ervaringen en haar ideeën erover mogelijk te maken.

In korte tijd organiseerde we één-op-één ontmoetingen met andere stemmenhoorders. Terwijl ik naar hun conversaties zat te luisteren, was ik verbaasd over de graagte waarmee ze elkaars ervaringen herkenden. In het begin was het voor mij wel moeilijk hun gesprekken te volgen. In mijn oren klonk de inhoud bizar en extreem, en toch werd het door hen allemaal vrijelijk besproken alsof het over een echte op zichzelf staande wereld ging.

We herhaalden deze ontmoetingen en iedere keer weer was er duidelijke wederzijdse herkenning. Er kwam echter ook een grote machteloosheid naar voren omdat geen van deze patiënten in staat was met de stemmen om te gaan. Daarom moesten we een manier bedenken waarop we in contact ouden kunnen komen met stemmenhoorders die zich niet zo machteloos voelden en eventueel met de stemmen overweg konden. Een televisie programma leek ons de enige manier om met voldoende mensen in aanraking te komen om een redelijke kans te krijgen iemand te treffen die had leren omgaan met de stemmen en anderen zou kunnen helpen meer controle over de stemmen te krijgen.

Vanaf dat moment raakte alles in een stroomversnelling. Patsy en ik kwamen bij ‘Sonja op zaterdag’, een tv-programma met een enorme kijkdichtheid. We vroegen mensen die stemmen hoorden contact met ons op te menen en kondigden aan een congres voor hen te willen organiseren. Na afloop van die uitzending reageerden 700 mensen; 450 stemmenhoorders, van wie er 300 aangaven niet met de stemmen overweg te kunnen en 150 die dat wel konden. Vooral de grote groep mensen die met de stemmen overweg konden was erg belangrijk en bemoedigend om verder te gaan. Om meer homogene informatie te krijgen stuurden we een vragenlijst rond die gemaakt was op grond van de informatie die alle stemmen hoorders die opbelden gegeven hadden.

Patsy wordt vooral in het buitenland gezien als een van de belangrijke mensen die in staat waren de psychiatrie te veranderen.